Wildkamperen

De kano van Pesse

De een moet er niet aan denken, de ander kan er geen genoeg van krijgen: wildkamperen. Hoewel het op veel plaatsen niet is toegestaan, is het bijzonder populair.
Back to basic. Dat is eigenlijk waar het allemaal om gaat. Eigenlijk is wildkamperen niets anders dan wat men al eeuwen geleden deed. Op een willekeurige plaats een kampement opzetten om daar een of meerdere nachten te verblijven. Vroeger was het makkelijk, tegenwoordig niet. Daarom niet alleen aandacht voor het fenomeen wildkamperen, maar ook voor de vroegste geschiedenis van ons land; de prehistorie.

Landloperij

Dat het vroeger makkelijker was is overigens afhankelijk van het gebied. Reizigers met een echt doel werd toegestaan om een of meer nachten op bepaalde plaatsen te verblijven. Afhankelijk hoe streng men de regels naleefde, kon men al snel beticht worden van landloperij.

Landloperij duikt voor het eerst in het Wetboek van Strafrecht op in 1809 en werd strafbaar gesteld. Zonder geldige reden rondzwerven kon fikse straffen opleveren. Een landloper is iemand die geen vast beroep of woon/verblijfplaats heeft. Tegenwoordig noemen we dit daklozen. Iets meer romantisch, maar zeker hetzelfde zijn de clochards.

Het verschijnsel landloper was voor 1809 zeker al bekend. In de middeleeuwen werden mensen door armoede gedwongen op zoek te gaan naar andere plaatsen waar men werk kon vinden. In de zomermaanden was er daarom sprake van een kleine volksverhuizing. Dan was er voldoende werk te vinden bij boeren. Omdat ze gunstig waren voor de economie, werden ze gedoogd. Dat was anders wanneer men overging tot bedelen.

Had-Je-Me-MaarDe introductie van het strafbaar stellen van landloperij in de negentiende eeuw was eigenlijk niets meer dan een bevestiging hoe men tegen dit deel van de bevolking aan keek. Ze waren niet geliefd en men was bang voor vermeende criminele activiteiten. Preventief pakte men de landlopers soms op, om ze de gevangenis in te sturen. Anderen hadden minder geluk en werden in werkkampen gestopt. En sommigen hadden het geluk van de wereld en werden zoals Had-Je-Me-Maar verkozen tot gemeenteraadslid.

Nomaden

In de loop der geschiedenis is het leven van de mens er anders uitgezien. Uit gevonden vondsten in onze bodem blijkt dat de eerste bewoners van ons land toch echt nomaden waren. Zij die zonder vaste verblijfplaats duizenden jaren geleden het land doortrokken. Overigens was er nog nauwelijks sprake van een echt land. Nee, dit waren de tijden waarin rondgetrokken werd om zichzelf te voorzien van voedsel. Pas later besloot men zich definitief op een plaats te gaan vestigen.

Het nadeel aan deze periode is dat er niets is vastgelegd. Pas vanaf de periode dat de Romeinen het in een deel van Nederland voor het zeggen kregen, we spreken dan over ongeveer 58 v.Chr. Toch is het niet zo dat we niets weten van voor deze periode.

Gevonden vondsten in de bodem tonen aan dat men vertrouwde op boomstammen voor het bevaren van de rivieren en zichzelf alleen te verplaatsen, maar ook op zoek te gaan naar voedsel.

Langs de hogere kustgedeelten en op de hoge zandgronden zijn verschillende overblijfselen gevonden van oude nederzettingen, al dan niet tijdelijk bewoond.

Wat is er gevonden in de bodem?

De prehistorie wordt onderverdeeld in vijf tijdvakken:

  • Paleolithicum – de oude steentijd
  • Mesolithicum
  • Neolithicum
  • Bronstijd
  • IJzertijd

In de bodem zijn verschillende vondsten gevonden, die te herleiden zijn aan deze verschillende tijdsperioden. Te denken valt aan de vuurstenen bijlen en pijlstenen uit het Paleolithicum en Mesolithicum. Natuurlijk de bronzen en ijzeren overblijfselen, maar wat opvalt dat zijn de eerste vestigingsplekken. Omdat een groot deel van ons land bestond uit moeras, was het lang niet mogelijk om overal te vestigen. Bovendien moest men achter het voedsel aan, soms letterlijk. Eigenlijk waren deze eerste bewoners van het land dat we nu kennen als Nederland daarom niets meer dan landlopers.

Paleolithicum

Op de droge kustgronden en de hoge zandvlakten begon men zich langzaam te vestigen. Vaak niet voor langere tijd. Het was afhankelijk van wat er aan voedsel te vinden was. Ook speelde het klimaat een grote rol. Denk dan aan de voorlaatste IJstijd die in deze periode plaatsvond. Nederland werd onbewoonbaar, vandaar dat men langzaam weg trok.

De oudste sporen die gevonden zijn in de bodem dateren ergens tussen de 250.000 en 350.000 jaar geleden. De vondsten werden gedaan in de buurt van Maastricht. Vuurstenen bijlen en pijlsplitsen tonen aan dat de mens zich hier in ieder geval enige tijd heeft opgehouden.

Mesolithicum

De kano van PesseZodra de IJstijd voorbij was, begon Nederland weer aantrekkelijk te worden. Dit is opvallend, want een groot deel van het land bestond uit moerasgebied. In de overige delen was er volop water aanwezig in de vorm van rivieren, beken en meren.

Juist door de aanwezigheid van water was het een aantrekkelijk gebied om in te jagen. Er was voldoende vis en er waren voldoende watervogels in het gebied aanwezig. Rondom de meren en rivieren vestigde men zich voor langere tijd, getuige de vondsten in de bodem bij onder andere het Bergumermeer (Friesland). Een belangrijke getuige is de kano van Pesse, die ergens tussen 8.200 en 7.900 v. Chr. is vervaardigd.

De kano van Pesse werd gevonden in de buurt van het gelijknamige plaatsje in de buurt van Hogeveen. Hier werden in 1955 werkzaamheden verricht voor de aanleg van de A28. Hoewel er veel discussie was over de manier waarop men met deze kano zou kunnen varen, toonde onderzoek met behulp van een replica in 2001 aan dat het prima lukt om met een dergelijke kano te varen. Op dit moment is het mogelijk om met replica’s (andere replica’s overigens) te varen in een van de meertjes van het Museumpark Archeon in Alphen aan den Rijn. Het gevonden exemplaar is te zien in het Drents Museum in Assen.

Neolithicum

Deze periode kenmerkt zich door een toenemende invloed van de zee op het land. De ijskappen in het noorden smolten en de westelijke kust kreeg te maken met een serie overstromingen. Desondanks was het land aantrekkelijk genoeg dat men zich hier permanent ging vestigen. De eerste landbouwers vestigden zich in het zuiden van het land. Het noorden was nog niet aantrekkelijk genoeg, omdat de ploeg nog niet was uitgevonden. Het omploegen van de kleigrond was dus nog niet mogelijk.

In deze periode werd ook het wiel uitgevonden. Althans, mogelijk niet in Nederland. Wie zal het zeggen waar dit wel is gedaan, want de uitvinder is nooit bekend geworden. Voor de hand ligt het overigens niet. Het oudste wiel dat in de bodem is gevonden dateert van ongeveer 2.400 v. Chr. Nog niet zou oud als de resten die gevonden werden van de trechterbekercultuur. Dit waren de hunebedden. Het blijft nog steeds een raadsel hoe men zonder wiel deze grafmonumenten heeft kunnen aanleggen.

Omdat er in de bodem meer resten gevonden werden uit deze periode, mag aangenomen worden dat het steeds meer aantrekkelijk werd om hier te wonen. Maar er was nog een andere reden voor. De materialen die gebruikt werden bleven in de bodem langer bewaard. Denk dan aan koper.

 

Bronstijd

Het bewerken van metaal begon steeds belangrijker te worden in deze periode die liep van ongeveer 1.900 tot de achtste eeuw v. Chr. Jammer genoeg bevonden zich in het gebied dat we nu kennen als Nederland geen grondstoffen voor brons. Brons is een legering van koper en tin. Beiden waren niet te vinden. Ruilmiddelen voor het verkrijgen van koper en tin waren er niet echt. Toch kwam een bescheiden bronsindustrie tot stand. Waarschijnlijk omdat door een deel van Nederland een belangrijke handelsroute liep.

 

IJzertijd

Lastig aan de IJzertijd is dat deze er wel was, maar er geen eenduidigheid is over de introductie ervan. Iedere streek kende dus een eigen begin van de IJzertijd. Ook Nederland. Men zag in dat het gebruik van ijzer vele voordelen opleverde. Bijvoorbeeld tijdens het jagen. De ijzeren speerpunten waren veel sterker dan de bronzen speerpunten.

Ons land kwam onder invloed te staan van Keltische en Germaanse stammen. Juist die laatste groep trok in grote getale naar Nederland. Zij vestigden zich vooral in het Oosten en Noorden van ons land.

De invloed van de zee op het land was nog altijd erg groot. Om deze te weerstaan begon men met het bouwen van huizen op terpen. In een later stadium werden de eerste dijken aangelegd.

 

Wildkamperen

WildkamperenTerug naar het wildkamperen. Dit is echt niet voor iedereen een optie. Sommigen kiezen er bewust voor, omdat ze terug willen naar de basis: geen elektriciteit en geen stromend water. Nee, dit is inderdaad wel hoe men vroeger leefde.
Een goede uitrusting is hierbij van groot belang. Je weet immers nooit wát er kan gebeuren. Denk hierbij dan aan een goede tent en aan goede ondersteunende zaken, zoals een rugzak, slaapzak en misschien wat verlichting.

Wildkamperen is niet overal toegestaan. In de volgende Europese landen is wildkamperen toegestaan:

  • Frankrijk – alleen op 1 uur wandelafstand van een weg
  • Zwitserland – alleen wanneer minimaal 100 meter verwijderd van water (rivier, meer)
  • Noorwegen
  • Zweden
  • Oostenrijk
  • Polen

Nederland

Net zoals in de meeste Europese landen is het niet toegestaan om op een willekeurige plaats je tentje op te zetten. Staatsbosbeheer heeft enkele locaties aangewezen waar een tentje mag worden neergezet. Hier kun je gratis kamperen. Toch is dit niet hetzelfde als het echte wildkamperen. Datzelfde geldt voor België en Luxemburg. Hier moet toestemming gevraagd worden aan een boswachter of eigenaar van het terrein waarop je wilt gaan kamperen.

Voorbereiding

Wil je perse gaan wildkamperen, dan is het van essentieel belang om je goed voor te bereiden. Er zijn voldoende websites waarop je meer informatie kunt nalezen hierover. Wil je liever geen risico’s nemen, dan kies je voor een gewone camping. Of je gaat eens kijken wat er nog overgebleven is van de oude beschavingen van weleer. Er is genoeg te vinden en te doen. Een goed begin is het bekijken hoe men vroeger geleefd heeft. Dit kun je bijvoorbeeld in het eerder genoemde Museumpark Archeon doen.