De moeilijkste puzzels

De moeilijkste puzzels

Sommige puzzels zijn lastig op te lossen. Anderen zelfs helemaal niet. De kerstpuzzel die de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsienst (AIVD) ieder jaar rond kerst presenteert zou op te lossen moeten zijn. Dat geldt echter niet voor andere puzzels.

De moeilijkste puzzels zijn eigenlijk niets meer dan raadsels of codes. Eigenlijk zie je door de hele geschiedenis heen dat de mensheid worstelt met het oplossen van dergelijke raadsels of het ontcijferen van deze codes. We noemen het puzzelen, omdat het gaat om het zoeken naar een oplossing. Maar met het moderne puzzelen heeft dit weinig te maken. Immers een gemiddelde puzzel is snel gelegd. Misschien duurt het iets langer wanneer het gaat om een speciaal soort puzzel.

 

Voynichmanuscript

Voynichmanuscript

Raadsels en codes. Daar gaat het dus om. We doen er als mensheid alles aan om oplossingen ervoor te bedenken. Wellicht is het meest bekende voorbeeld het Voynichmanuscript. Wellicht behoort dit boek tot een van de moeilijkste puzzels op aarde.

Het manuscript dook in 1912 op bij de Amerikaanse boekhandelaar Wilfrid M. Voynich. Het manuscript werd ook vernoemd naar hem.

Wilfrid Woynich
Wilfrid Woynich

Opvallend genoeg is er geen enkele wetenschapper geweest die in staat is geweest om het manuscript te ontcijferen. Men heeft het manuscript gedateerd tot aan de vijftiende eeuw. De taal die gebruikt is, kan niet worden ontcijfert.

Cryptografen van over de hele wereld hebben de afgelopen honderd jaar gepoogd om het Voynichmanuscript te ontcijferen. Zelfs de cryptografen die betrokken waren bij het ontcijferen van de codes van het Duitse leger slaagden er niet in om een oplossing te bieden. Zelfs over de oorsprong van het manuscript wordt volop gediscussieerd.

240 bladen

Het enige dat we zeker weten is dat het manuscript afkomstig is uit de vijftiende eeuw en in de verste verte niet lijkt op iets dat we kennen als taal. Onderzoek uitgevoerd door de Universiteit van Arizona wees in 2011 uit dat het materiaal teruggaat tot aan de vijftiende eeuw. Men nam al zoiets aan op basis van de kleding van de personen die zijn afgebeeld in het manuscript, dat overigens 240 bladen bevat. Dit zijn er mogelijk meer geweest, want de aanpassingen voor wat betreft de paginanummering dateren van een latere periode. Datzelfde geldt voor de aangebrachte verf waarmee de illustraties werden ingekleurd.

Het blijft vooralsnog gissen over wat er in de periode tussen het maken en het herontdekken is gebeurd. Bewezen is wel dat het in handen is geweest van de alchimist Georg Baresch. Dat was echter pas in de zeventiende eeuw én in de Tsjechische hoofdstad Praag. Hoe we dit weten? Door een gevonden brief uit 1639, gericht aan Athanasius Kircher, bekend van het ontcijferen van hiërogliefen. Kircher op zijn beurt wilde het manuscript graag overkopen. Dit werd echter geweigerd.

Pas nadat Baresch was overleden volgde een nieuwe correspondentie over het manuscript. Jan Marek Marci, rector van de Karelsuniversteit van Praag, was nu de eigenaar van het werk en hij besloot het werk op te sturen naar zijn vriend, Kircher. Hoe we dit weten? Omdat de brief nog steeds vast zit aan het manuscript. De brief verteld over de aankoop door keizer Rudolf de Tweede voor een bedrag van zeshonderd gouden dukaten. Rudolf had zich laten vertellen dat het manuscript het werk zou zijn van Roger Bacon.

Een nieuwe naam, zoals er veel voorbijkomen in dit bijzondere verhaal. Hoe meer namen, hoe meer raadsels. Deze Roger Bacon was een geleerde die les gaf aan de universiteit van Oxford en Parijs. Later zou hij toetreden tot de orde der Franciscanen. Dit lijkt overigens niet echt waarschijnlijk, want Bacon leefde ergens tussen 1214 en 1294. Maar goed, mensen zien graag dingen in niet opgeloste puzzels, zelfs als deze niet op waarheid berusten.

Op een zeker moment is het script kwijtgeraakt. De correspondentie kwam terecht in de bibliotheek van de Pauselijke Universiteit in Rome. Toen troepen van Victor Emanuel de Tweede in 1870 Rome veroverden, werden veel documenten uit de bibliotheek in beslag genomen door de Italiaanse regering. Echter, voordat het zover was besloot men een aantal van de meest bijzondere werken uit de bibliotheek naar veiligere plaatsen over te brengen. Het Voynichmanuscrtipt kwam inclusief de begeleide brief terecht in de bibliotheek van de Jezuïeten in Rome. Later zou deze bibliotheek naar even buiten Rome verhuizen, alwaar de Jezuïeten in 1866 een nieuw hoofdkwartier zouden stichten. Toch werd de waarde van het manuscript belangrijker gezien als de ontcijfering ervan. Daarom werd het in 1912 van de hand gedaan. Het was toen Wilfrid Voynich die het manuscript samen met dertig andere exemplaren kocht.

Tegenwoordig ligt het manuscript in de universiteitsbibliotheek van Yale. Hier kwam het in 1969 terecht, nadat niemand het na de dood van de weduwe van Voynich meer wilde hebben.

De niet opgeloste puzzel van het Voynichmanuscript blijft velen bezighouden. Met schitterende illustraties over (vermoedelijk) uiteenlopende onderwerpen, waaronder astronomie, biologie en zelfs farmacie is het geschreven werk een van de meest bijzondere puzzels ter wereld. Hoewel niet uit de bodem afkomstig, maakt dit het Voynichmanuscript tot een goed voorbeeld van Gevonden Geschiedenis.

Wordt vervolgd…