Rijderschellingen

Rijderschellingen

In de zeventiende eeuw konden de inwoners van wat nu Nederland is kennismaken met de rijderschellingen. Het gaat hier om munten met een afbeelding van een ruiter te paard op de keerzijde van de munt. Het gaat om een algemeen gebruikte munt die later gebruikt werd als knoop.

Rijderschellingen – wapenzijde

De rijderschelling is een algemene muntsoort uit de laat zeventiende eeuw. De naam rijderschelling is afkomstig van de afbeelding van een ruiter te paard op de keerzijde van de munt. Op de muntzijde staat centraal het gekroonde provincie- of stadswapen. De waarde van de munt betrof 6 stuivers. De munt wordt daarom ook 6-stuiver genoemd.

Rijderschellingen – keerzijde

Andere schellingen met eveneens de waarde van 6 stuivers zijn bijvoorbeeld de roosschelling en de scheepjesschelling. Deze munten worden echter veel minder vaak gevonden. De scheepjesschelling werd bijvoorbeeld primair geslagen voor de export naar Oost-Indië en mocht in de Republiek niet worden gebruikt. Deze munt wordt vaak als “knoop” gevonden. De munt werd als knoop gedragen door zeevaarders en bij plotseling overlijden en/of aanspoelen van het lichaam op het strand kon de begrafenis betaald worden van deze “knopen”.

Getuige het aantal gevonden exemplaren van rijderschellingen was de rijderschelling een zeer algemeen voorkomende munt. De vele varianten maken het desondanks een interessante munt. Omdat de munt provinciaal en stedelijk werd geslagen zijn er vele varianten bekend.

De kwaliteit van de munten varieert sterk. Soms is de muntslag niet scherp en soms is het kopergehalte van de munt hoog waardoor de conservering in de grond minder goed was.

Rijderschelling

De munten zijn van zilver en hebben een gewicht van ruim 5 gram. Gesnoeide exemplaren zijn lichter. Het snoeien gebeurde thuis om zilver te verzamelen. Onder snoeien wordt verstaan: het afschuren van een deel van de randen van de munt. Dit was natuurlijk illegaal omdat de werkelijke waarde van de munt (gewicht aan zilver) hierdoor daalde.

Op de wapenzijde (muntzijde) staat centraal het gekroonde stads- of provinciewapen. Het wapen staat tussen de waardeaanduiding: 6 S (wat staat voor 6 stuivers). Boven de wapenkroon is het jaartal opgenomen. In de randtekst, aan de linkerzijde van het wapen, is de muntplaats (als afkorting) opgenomen. DAVENTRIA staat bijvoorbeeld voor Deventer, TRAI staat voor Utrecht (Trajectum), TRANS voor Overijssel (Transisulania) en GRON ET OML voor Groningen en Ommelanden. Op de keerzijde staat altijd een ruiter te paard afgebeeld. In dit artikel wordt niet nader ingegaan op de betekenis van de overige randteksten.

Sommige rijderschellingen hebben een klop van een pijlenbundel gekregen. De zeven pijlen staan voor de zeven provinciën uit de betreffende periode. De klop betreft een landelijke klop uit 1694. Een munt met klop mocht zijn oorspronkelijke waarde behouden van 6 stuivers. De niet geklopte exemplaren kregen de waarde van 5,5 stuivers. Dit was noodzakelijk omdat het zilvergehalte van de schellingen steeds lager werd omdat munthuizen met elkaar moesten concurreren. De overheid moest deze maatregel dus nemen. Valsmunterij was in deze periode ook algemeen. Er zijn meerdere verzilverde koperen rijderschellingen bekend.

Foto: Metaaldetector-vondsten.nl(foto bij dit bericht).